Foto's meesturen lukt nog niet.
CAMINOS A SANTIAGO DE COMPOSTELA
Hieronder zijn de berichten te vinden van een aantal wandeltochten naar Santiago de Compostela.
donderdag 20 juli 2017
Heet
Twee dagen gewandeld nu en het was twee keer bloedheet! Gelikkig had ik twee korte etappes gepland om er in te komen. Gisteren een rustig pad langs de rivier, vandaag ruiger, een superieur geitenpaadje tussen water en spoorlijn. Vannacht geslapen in een oude filmset: middeleeuws dorpje, hutten met begroeide daken, geen electriciteit, één buitenkraan. Geslapen als een os.
zondag 9 juli 2017
Gudbrandsdalsleden
maandag 15 december 2014
Schuld en boete in Noduwez
zaterdag 28 juni 2014
Aya-youpi-youpi
Een kruispunt van een paar landweggetjes, boven Ostabat. Hier komen drie van de vier grote Jacobswegen in Frankrijk bij elkaar. Eén ervan heb ik nu gelopen, de Voie Historique van Vèzelay. Die uit Tours en die uit Le-Puy-en-Velay komen er hier bij en de drie gaan als één Camino verder, de Camino Francès. Het zal drukker worden.
Voorlopig zwoeg ik nog in mijn eentje. Het pad gaat recht omhoog tegen een lange, steile en helemaal kale helling. De lucht is diepblauw, er liggen een paar luie stapelwolken in, en het is heel heet.
Boven is er een fantastisch ruim uitzicht, met vóór me de Pyreneeën.
Er staat een kapelletje, een paar bomen met schaduw en een bank met daaronder vreemd genoeg een poes met gerafelde oortjes. Ik blijf er meer dan een uur tot de ergste hitte voorbij is en geef de zielige poes stukjes kaas. Die heeft het overigens helemaal niet nodig, zie ik later, in de kapel staat een volle bak kattenbrokjes.
De afdaling is lastig door de losse keien, veel tempo maak ik niet.
Ostabat heeft maar een paar straten. Nogal wat huizen bieden onderdak aan pelgrims. Op het pleintje bij de bar zit een vrouw tegen een boom, rugzak naast zich, en maakt haar dagelijkse notities in een schriftje.
Ik moet nog bijna een kilometer voor mijn gereserveerde plek en kom maar net op tijd voor het gezamenlijke avondeten. Achttien mensen aan tafel, wat een drukte! En alsof dat nog niet genoeg is, is daar de eigenaar van het bedrijf, baret op het hoofd, die staande tussen de tafels een paar liederen over zijn Baskenland zingt, vooral hard. Tot slot de meezinger 'singing aya-youpi-youpi-yé'.
De volgende dag wandel ik naar Saint-Jean-Pied-de Port. Daar ben ik in 2002 gestart om een paar weken later in Santiago de Compostela aan te komen. Als ik er nu - in 2014 - opnieuw aankom, heb ik de aansluiting gemaakt: dan heb ik in drie delen van Utrecht naar Santiago gelopen.
Deze laatste etappe is niet lang en niet moeilijk. Ik wandel met het groepje van de laatste dagen, haast hebben we niet.
Halverwege heeft een boer onder een afdak een selfservice gemaakt: koffie, zelfgebakken brood, yoghurt en kaas. Het is een laatste pitstop, het is er druk. Zittend op een houten bank vind ik het tot mijn verrassing wel gezellig, al die verschillende mensen die komen en gaan.
Een paar kilometers verder. Nog een helling op en dan gaat de weg onder een kleine poort door, de poort van Saint Jacques. Ik moet even wachten, er komt net een touristentreintje van de andere kant, maar dan stap ik Saint-Jean-Pied-de-Port binnen.
Tja, wat doe je dan.
Ik zoek het bed van 2002 op en maak een foto. Ach, twaalf jaar geleden, ik werkte nog. De onwennigheid van die eerste avond en nacht, de haast van die eerste morgen. Ik zag een oude man een half bekertje medicijnen wegwerken en ik dacht: bij hem moet ik uit de buurt blijven, anders moet ik hem nog de berg over helpen.
Het bed van 2014 staat in auberge Beilari, gerund door Joxelu (Baskisch voor José-Louis). Er is ook een gezamenlijke maaltijd, voorafgegaan door een zorgvuldig en speels ritueel waarbij je je naam noemt en iets kunt vertellen over waarom je aan de camino begint.
Ik kan zeggen dat ik hem vandaag beëindigd heb.
?
woensdag 25 juni 2014
Neus
In Saint Paul loop ik tegen het middaguur de kerk in. Binnen is het koel en donker. Bij het middenpad de gestalte van een man. Hij spreekt me aan, het blijkt een Belg te zijn, een Vlaming, die al een hele tijd loopt, maar nu weer richting huis gaat. Hij vertelt waar hij overal geweest is en haalt een handvol credencials te voorschijn. Door het gebaar en omdat ik hem beter begin te zien, denk ik ineens: dit is de man die ik vorig jaar in Namen twintig euro gegeven heb. Hij ziet er beter uit, minder verlopen, maar zijn neus is nog hetzelfde. Is hij het echt? Dit is wel een heel groot toeval. In mijn verbijstering weet ik niets anders te bedenken dan het hem te vragen.
Met indringende blik:
- Wij hebben elkaar toch vorig jaar in Namen gezien
Met even indringende blik:
- Nee.
Daarmee zijn we uitgepraat en ik ga in verwarring de kerk uit.
Of hij het nu was of niet: kom je ergens in Europa een Vlaming tegen met een aardappelneus die op terugreis is en met credencials zwaait, doe hem de groeten van me.
Hotel de la Lune
- Ja, meneer, hier is het.
De kunsthandelaar zit voor de deur van zijn zaak en rookt een sigaret. In de winkel vooral regionale landschappen.
- Door de poort, de deur linksachter.
De mooie houten poort is open. Daarboven hangt een ijzeren pelgrim. Ik steek een binnenplaats over, ga linksachter een paar stenen treden op, open een deur, bestijg de stenen wenteltrap, open een tweede deur en ben in Hotel de la Lune, pelgrimsherberg in Orthez, Rue de l'Horloge.
Ik verbaas me nog steeds over de vanzelfsprekendheid waarmee ik hier nu naar binnen mag lopen en mijn rugzak tegen de muur kan zetten.
Hotel de la Lune is een oude toren. De eerste verdieping is voor de pelgrims, de rest is in allerlei stadia van restauratie.
We zijn nu met een klein groepje pelgrims dat elkaar bijna elke avond treft. Vandaag is Joan from London afgevallen, 28 kilometer was te veel voor haar. Een collectieve zucht van verlichting.
Joan is 64, spreekt vier talen en heeft het talent iedereen binnen vijf minuten tegen zich in het harnas te jagen.
Ze heeft een indringende stem en het gaat al snel over onrecht, haar aangedaan. Ze loopt langzaam, met haar rug in een hoek van 45 graden. Er ligt een flinke rugzak op, in haar rechterhand heeft ze een te korte stok en dan is er ook nog het gewicht van de plunjezak in haar linkerhand die haar omlaag trekt. Haar gezwollen benen steken in dikke wollen sokken en een grote maat bergschoen.
Wat er in de plunjezak zit, leidt tot wilde speculaties. Iemand heeft verpakkingsplastic en messen gezien, maar ze verzamelt ook veel papier voor haar reisverslag. Daar ging ze de eerste avonden aan werken, tegen pelgrimsbedtijd, zo vanaf negen uur, zonder een lamp uit te doen ... ritsel... ritsel... ritsel.
Enfin, na een paar botsingen, maar ook na gewoon wat praten tussendoor, met haar en niet alleen over haar, begon ze er een beetje bij te horen. Maar vanavond in een ander groepje ...ritsel... ritsel... ritsel...
Het landschap is alweer aan het veranderen. De Pyreneeën komen er aan en daarmee begint het einde van de tocht voor mij in zicht te komen.
De dagen en de momenten gaan in elkaar over. Eenmaal lopend kan ik me de naam van het dorp waar ik geslapen heb, vaak al niet meer herinneren, laat staan dat van de vorige dag.
In de middaghitte loop ik langs de rivier naar Sauveterre de Béarn toe. Het laatste stuk is een steile trap langs de middeleeuwse muren omhoog. Even zoeken naar de herberg. Caminogeruchten gaan dat de beheerders 'ippies zijn. Ik laat de deurklopper vallen en ga naar binnen.
maandag 23 juni 2014
Bospad
John heet nu Jean. John werkte met weinig plezier bij een bank in Sidney, maar het verdiende goed, hij kon verre reizen maken. Direct na zijn pensionering schoof hij zijn Australisch leven opzij, kocht met zijn vrouw dit prachtig huis hier in Bazas en noemde zich Jean. Jean is nu 80, hij aquarelleert en maakt dagtochtjes met de wandelclub. Het echtpaar biedt een reserveopvang als de pelgrimsherberg vol is. En daarom lig ik nu laat in de middag in een comfortabel bed, kijk naar mooie aquarellen aan de muur en doezel weg bij het geluid van spelende kinderen buiten. Zometeen een aperitief.
De volgende ochtend brengt Jean me naar het begin van de route, zijn nordic-walkingstokken in de hand, want zometeen heeft hij zijn wandelclub.
Mijn weg gaat verder over een vlak oud spoordijkje, vele kilometers lang. Tussen de struiken en bomen zie ik dat ook het land langzaam wordt gladgestreken.
Ik loop Les Landes in, zo plat als Nederland, groene akkers, rijtje bomen aan de horizon, rulle zandpaden door naaldboombossen.
De dorpen lijken op bungalowparken: uitgestrekte, kortgeknipte gazons met een paar bomen en gelijkvloerse huizen met een maar heel licht hellend dak van rode pannen. Regelmatig staat er een hoge, verdorde boom in de voortuin, versierd met papieren bloemen en slingers, melding van geboortes en verjaardagen, maar vaker nog is het een blijk van waardering voor een gekozen functionaris ('à notre élu'). Vindt de burgemeester zo'n boom in zijn tuin, dan moet hij wel een feestje geven.
Op een van de zandpaden komt Manfred me tegemoet. Hij draagt een t-shirt met Norway er op, maar hij komt uit Hamburg. Hij liep naar Santiago, via Rome, en is nu op terugtocht naar huis. Hij is 49 en heeft een sabbatical jaar. Het was dàt of een volledige instorting, dat zag zijn chef ook wel in. Zijn gezicht gaat glanzen als hij praat over alles wat de Camino hem gebracht heeft. Hij weet zeker dat hij geleerd heeft beter voor zichzelf te zorgen, hij gaat zeker zijn smartphone vaker uitzetten. Hij praat met ernstige bezorgdheid over hoe de Camino Frances in Spanje ontspoort, hoe pelgrims daar van bar naar bar hoppen en 's middags al dronken zijn.
Ik kondig aan dat hij Peter gaat ontmoeten. Die is na mij uit de herberg vertrokken. 's Ochtends zag ik met verbazing hoe hij een paar scheppen snelfiltermaling in een kom deed, heet water er bij goot en de drab opdronk. Hij vind de smaak van Melitafilterpapier niet lekker. De Camino valt hem tegen, Frankrijk maakt hem depressief, zeg hij. Hij mist spectaculaire landschappen, maar vooral de verlaten winkels in de uitgestorven dorpen doen hem wat. Ooit waren ze iemands droom, nu zijn het waardeloze bouwvallen. Hij beseft heel goed dat hij tegen zijn eigen nachtmerries aankijkt. Hij is ook 49, pas gescheiden en hij heeft een eigen bedrijf voor traditionele grafische projecten.
Manfred en Peter ontmoeten elkaar inderdaad en praten anderhalf uur in de berm van het bospad met elkaar. Wat hielp, zegt Peter later, is dat ze beide rokers bleken te zijn.
woensdag 18 juni 2014
Muur
Op de overloop staan drie rookstoelen. De vorige bezitters hebben misschien wel de heiligenplaatjes en de devotieprentjes op het bruine behang geprikt. Sainte Foy la Grande, Pinksterzondag, een mooie dag om in een oud-pastorie wakker te worden.
Ontbijt met twee Mexicaanse en twee Belgische vrouwen, hier heeft de pastoor nooit van durven dromen.
Dan de rugzak om en de rivier over. Daarmee loop ik de Dordogne uit en de Gironde in. Eerst een paar lange kilometers langs een weg met veel autoverkeer, dan een stijging en de wijngaarden in. Hier gaat het om Bordeauxwijnen, zo zuidelijk ben ik al.
Het is al snel warm en er is weinig schaduw.
De regionale Jacobsvereniging hier in de Gironde is een buitenbeentje tussen alle regionale verenigingen die samen de Voie Historique de Vèzelay onderhouden. Achter de schermen wordt nog steeds gestreden over wat de juiste route is, al dan niet historisch. Bovendien is hier gekozen voor een andere markering: af en toe een paaltje met een blauwe band in plaats van gele stickers op hekken en bomen, en dat vraagt van de wandelaar om een ander soort aandacht.
Ik kom Natasha en Kim tegen, de twee Belgische vrouwen, die me meestal ver vooruit zijn, maar vandaag de greep op de wandeling verloren hebben. We lopen de laatste kilometers naar Pellegrue samen, daar stoppen ze voor vandaag.
Met een groot bord worden pelgrims welkom geheten, maar nu lijkt het dorp totaal uitgestorven. De herberg is dicht, het restaurant waar de sleutel zou zijn ook, maar als we vermoeid even bij de deur rondhangen, komt er een vrouw uit de Salon de Coiffure die de code van het slot heeft. Ik vul mijn flessen met koud water en begin aan nog eens zes kilometer naar Saint Ferme.
Heet, heet, heet en geen zuchtje wind. Er staan bomen, maar de schaduw valt de verkeerde kant uit. Muggetjes dansen onder de rand van mijn hoed en zijn niet weg te krijgen.
Met zes mensen was de herberg in Saint Ferme eigenlijk vol, maar de Belgische hospitalera zou het noodbed op zolder voor me klaarzetten, mits ik er bij voorbaat content mee was. Dat was ik en als ik er ben, heb ik geen reden om te klagen. Ik lig direct onder de pannen en het is er ruimer en frisser dan in de kleine kamer waar de drie stapelbedden voor de anderen staan.
Na de gemeenschappelijke maaltijd staat er ineens iemand die de kerk kan laten zien. Ik ga mee.
De kerk ziet er uit als een massieve burcht. Binnen is het koud. De gids heeft een sterke lamp bij zich die hij op de grijze muren achter het altaar richt en in het strijklicht kun je heel goed zien hoe er in de stenen iets gekrast is, letters, symbolen, tekens van leven van vorige generaties die hier gebouwd en geleefd hebben.
Mooie gedachten, maar ik val om van de slaap.
Moment
Als in een film. In de felle zon loop ik over een graspad tussen de wijngaarden naar boven. Daar staan een paar grote donkere bomen, een oase van koelte, en een huis. Op het terras een gedekte tafel voor zes personen: een wit tafelkleed en daarop glazen, bestek, witte borden en de tentjes van gevouwen servetten. De deur is open en er klinkt klassieke muziek. Ik blijf staan, kijk naar de tafel en luister in de stilte naar de muziek. Ik hoor of zie niemand.
Blijven luisteren, iets te drinken vragen?
Dóórlopend bedenk ik: dit moment is goed zo.
Wat zou het anders worden als ik daar nu met een glas koud water aan tafel zou zitten en zou uitleggen waarom ik aan het wandelen ben.
.
