Overnachting in een hostal in Arévalo, ´s ochtends de deur uit en na een halve kilometer weer terug, want ik had mijn routegids tussen de dekens laten liggen. Gelukkig was er al iemand op de de deur kon opendoen.
Vlakte met groene korenvelden. Het lijkt alsof vanaf vandaag beregenen is toegestaan. Overal wordt gesproeid. Bij de put staat een generator, er worden buizen en slangen gekoppeld, ergens in de verte - het gaat om grote afstanden - spuit het water. Uit de dorpen lopen oude mannen met wandelstok een stukje het veld in om te zien of het goed gaat.
Vicente de Palacio ligt te stoven in de middaghitte.
Een deurgordijn beweegt, ik word aangeroepen door twee vrouwen, meteen is er de buurvrouw bij. Zij dragen schorten waar nog de resten van het een en ander op vast is blijven plakken. Achter de vrouwen verschijnt een wat te dikke jongen met oranje bril en de tatouage van een draak onder zijn linkeroor.
Of ik nog wat wil eten, want ze hebben wat over, vraagt de een. Nou nee.
Maar toch wel een appel, vraagt de buurvrouw. Dat wel.
Intussen wordt er gevraagd waar ik vandaan kom en of ik de Camino loop. Ze zijn uitstekend op de hoogte. De route naar Medina wordt uitgelegd. Het is nog twaalf kilometer. Als ik zeg dat dat drie uur lopen is, nu het zo warm is, is dat te veel. Voor mijn gemoedsrust wordt de afstand op 9 kilometer vastgesteld.
We nemen hartelijk afscheid van elkaar.
Een eindje verder, in de schaduw van de kerk, ooievaarsnest er boven op, pauzeer ik en eet de appel op.
Het is verder kaal en heet.
Het pad buigt naar de 4-baans autoweg en gaat nu zo´n 8 tot 9 kilometer naast die autoweg verder naar Medina del Campo. Auto´s toeteren af en toe. Er passeren een aantal kermiswagens.
Een eindje verder een huis. Opschrift over de hele voorgevel: "(bijna) iedereen welkom, behalve familie".
Ik maak foto´s, loop door, hoor even later roepen. Een jongen en een meisje hollen op me toe: of ik koud water wil. Jawel.
Ik ga met ze mee terug naar het huis. Ze wonen in een klein wit huisje ernaast. Het aanrecht is buiten tegen de muur gebouwd en staat vol afwas. Vader is met een hak op het land aan het werken en komt me een hand geven. Hij kent Nederland, "heel groen", heeft vrachtgereden op Rotterdam.
Ik krijg een glas koud water.
Er liggen een paar honden aan de ketting die blijven blaffen.
Aan mijn vraag hoe het zit met die familie wordt wat lacherig voorbijgegaan.
Ik krijg nog anderhalve liter koud water mee, water uit eigen put.
´s Avonds drink ik bier met Friedel op een terras op de Plaza. We gaan afscheid nemen. Ik neem een rustdag. Hij doet daar niet aan.
Dit is zijn vijfde Camino-tocht.
De eerste keer is hij vanuit Nürnberg in drie maanden tijd naar Santiago gelopen. Daarna in drie maanden terug. Elke dag heeft hij een ansichtkaart naar huis gestuurd en elke kaart is aangekomen.
1 opmerking:
hallo jos de verhalen die je schrijft, zijn heel herkenbaar...
Zelf ben ik in fuenterroble de salvatiera hospitaleria geweest voor zo'n dag of 5....Mischien herken je het gevoel wel dat je ergens wil stoppen en effe helpen.
Jammer genoeg kon ik niet verder lopen Sevilla- fuenterroble, vanwege de hond maar loop al jaren routes.... leuk om je vehalen te lezen veel wandel plezier Ryon
Een reactie posten