Siete Iglesias heeft een Albergue, in het gemeentehuis. Maar het is een feestdag, het gemeentehuis is dicht. Ik moet naar de Alguacil (woordenboekje: gerechtsdienaar). Een man die zijn fiets vasthoudt en moeite heeft om tegelijk én te antwoorden én zijn fiets vast te houden - dat is de fiësta - geeft me het adres. Daar in de buurt vind ik een man die engels praat, een tweede die de vader van de Alguacil is en een derde die zijn mobiel pakt en voor me gaat bellen.
De Alquacil is er na vijf minuten, hij maakt het gemeentehuis voor me open. In het gedeelte wat albergue is, staan twee stapelbedden, met blauw-gele gymnastiekmatten als matras. Eén bed ligt vol met toneelkleren (het Passiespel?), er staat een doos schmink. Er is een warme douche, een tafeltje en een stoel.
Als ik nog weg wil om te eten en weer naar binnen wil, moet ik de Alquacil weer bellen, dan maakt hij de deur weer voor me open.
Ik ga inderdaad eten in het wegrestaurant, boven bij de doorgaande weg naar Portugal. Veel trucks.
Net als ik klaar ben, kom er een nederlandse chauffeur naast me zitten.
In Lissabon waren er geen files, in Nederland is het te vol, die lui in Den Haag bedonderen ons.
Ik heb mijn toetje al op, gelukkig.
Het gemeentehuis is uit 1879. ´s Nachts kraakt er van alles, ik herinner me spookverhalen, maar slaap goed.
De volgende twee dagen loop ik parallel aan de rivier de Duero. Eerst op afstand. De route kruist watertjes die naar de rivier lopen en die diep in het landschap weggestopt zijn, zodat er onverwacht korte steile afdalingen en steigingen zijn. Het maakt het lopen wel prettig.
Bij Villafranca del Duero kom ik bij de rivier en eet wat op een picknickplek aan het water. Het is een vakantierivier: breed, laaghangende takken vanaf de oever, platte rotsen waar het water omheenspoelt.
De route volgt een vlakke zandweg in de buurt van de rivier. Het is erg rustig. Er staan populieren die wat ritselen, er loopt water door de irrigatiekanalen. Het is warm.
Ik kom aan in Toro en zou daar volgens het boekje in een klooster kunnen overnachten. Geen klooster of kerk weet er van en na veel te lang rondlopen kom ik in een hostal terecht. Dat was gisteren.
Vandaag, woensdag 25 april
Ik sta om 6 uur op, om zeven uur op pad, de mevrouw van het hostal moet er voor uit bed.
Om vijf over zeven begint het te regenen en het houdt niet meer op. Weer vlakke weg langs de rivier. Grijze lucht, onophoudelijk regen. Poncho aan, gelukkig waait het niet. Is Nederland ook zo groen?
Om vier uur kom ik aan in Zamora. Daarmee heb ik kontakt gemaakt met de Via de la Plata die ik 2 jaar geleden gelopen heb. Vanaf nu loop ik, na ruim 750 km, de laatste 400 km op bekend terrein.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten