vrijdag 13 april 2007

Semana Santa (2)

5 april, Witte Donderdag, rustdag
Veel winkels zijn dicht. Ik kijk waar mensen met brood in hun tas vandaan komen en kom op een markt terecht. Die bestaat al eeuwen, lees ik later, de donderdagmarkt van San Clemente: groente, fruit, kleding, kanariepieten en konijnen.
Het oude gemeentehuis is een mooi gerestaureerd gebouw uit de Renaissance en is nu een museum voor moderne grafische kunst, een combinatie die goed uitpakt. Er is een apart zaaltje voor Lucebert en Corneille.
De kerk in, om een stempel te scoren.
In Valencia heb ik een pelgrimspas aangeschaft, een pelgrimsidentiteitsbewijs. De bedoeling is dat ik in elke plaats een stempel laat zetten, liefst die van de kerk natuurlijk, maar een andere instantie kan ook. Op deze manier kan er bij aankomst in Santiago gecontroleerd worden of de pelgrim wel echt gewandeld heeft.
In de kerk is het druk.
Vanavond is er processie, dat wordt voorbereid. De pastoor die de stempel moet geven, heeft het druk, ik heb tijd om goed rond te kijken. Er zijn hier blijkbaar een zevental Confradías (broederschappen, maar vrouwen doen ook mee). Elke Confradía heeft zich een scene uit het lijdensverhaal toegeëigend.
Zo is er Jezus in de Hof van Gethsemane.
Op een platform - door de vele versieringen een kunstwerk op zich - staat een beeld van een geknielde Jezus die met een door angst verwrongen, maar toch waardig gezicht omhoog kijkt. Hij draagt een prachtig rood gewaad. Naast hem een olijfboom. Iemand is bezig de boom van verse takken te voorzien. Anderen zijn bezig om kussens te binden onder de lange houten draagbalken die in de lengte onder het platform vastgemaakt zijn. Alle platforms worden versierd met bloemen.
Verder is er:
Jezus aan de martelpaal
Jezus geboeid en gekroond met doornenkroon
Jezus draagt zijn kruis
Jezus sterft aan het kruis
evangelist Johannes
Maria, Moeder der Smarten
Aan Maria wordt door twee vrouwen bijzondere aandacht gegeven. Ze stoffen haar af, trekken haar prachtige, wijduitstaande jurk recht en spuiten stijfsel op een hagelwitte doek die ze in haar handen houdt en waarop een zilveren kroon ligt. Maria is klein van stuk, net zoals de mensen hier, heeft een donker, bijna zwart gezicht, verstard van verdriet kijkt ze in de verte.
Ik krijg mijn stempel in de pastorie. Daarna een tijd internetten.
Het is een beetje gokken wanneer de processie begint. Het plein moest om 19 uur autovrij zijn, hangt overal aangeplakt. Tegen die tijd ga ik weer eens in de kerk kijken, maak net het laatste stuk mee van de Witte Donderdag-liturgie, het sacrament wordt in een korte processie naar een zijaltaar gebracht. O ja, zo moet dat op Witte donderdag, dat was ik helemaal vergeten. Het baldakijn wordt door vier oude mannen gedragen. Daaronder de priester met de monstrans, daarachter de burgemeester, het hoofd van de Policia Local in uniform en nog een paar notabelen.
Ik ga maar terug naar het hostal, schoenen schoonmaken.
Tegen achten ga ik weer naar buiten. Van alle kanten komen mensen in paarse pijen aangelopen, de puntmuts met het masker onder hun arm.
Het wordt snel donker, een diepblauwe lucht, de straatlantaarns gaan aan.
Vanuit de verte komt een drumband aangemarcheerd, ze maken een extra rondje om de kerk, het geluid knalt tegen de gevels. Mensen blijven toestromen.
Bijna onmerkbaar begint de processie. Een fanfare speelt en heeft zich in beweging gezet: heel langzaam, bijna stapvoets.
Eerst het vaandel van de Confradía. Dan een dubbele rij van gemaskerde mensen, mannen en vrouwen, kinderen. Ze dragen paarse pijen, koorden, lange puntmutsen met stof die over de schouders valt, gaten voor de ogen. Fakkel in de hand. Dan de draagbaar, een scene uit het passieverhaal van Christus, hoog boven alles uit, heen en weer deinend door het langzame lopen. Er zijn 14 dragers bij het kleinste beeld en 44 bij het topstuk, Jezus sterft aan het kruis. In de vrije hand hebben ze een stok, okselhoogte, met een klein dwarsbalkje bovenop. Als de processie stopt, wordt die stok op commando onder de draagbalk gezet, nog een heel precies werk om dat gelijktijdig te doen.
Zo achtereenvolgend de zeven Confradías.
Achter Jezus sterft aan het kruis, bijna onzichtbar in het donker, loopt iemand met een zelfgemaakt kruis over de schouders.
Tot slot Maria. Ze wordt voorafgegaan door een zestal vrouwen, met hoge haarkam en mantilla die op zilveren schalen een doornenkroon dragen.
Dan de priester en de notabelen en de echte fanfare, met koper- en houtblazers.
Bij elkaar duurt het twee uur.
Teruglopend komt me precies voor het hostal de kop van de processie tegemoet en zie ik alles nog een keer. Het gaat wat sneller, de discipline is er wat af. Kinderen die gemaskerd meelopen, plagen kinderen langs de kant die niet weten wie ze voor zich hebben. Het is een smalle straat. Als de laatste fanfare voorbijkomt, kan ik op de standaards zien dat ze de mars El Evangelista spelen.

0 reacties: