donderdag 5 april 2007

Wachten op de man

Albacete is provinciehoofdstad, een compacte stad, een city, het hele centrum is volgezet met hoogbouw. Er is geen middelpunt. De kathedraal is onvindbaar, behalve als je bij de zoveelste flat de goede hoek omslaat. Ik raakte de weg kwijt, maandagavond, begon me niet zo lekker te voelen, het was al donker en het begon te regenen, en kwam - dat gebeurt dan altijd - bij de Burgerking terecht voor het avondeten. In de blik van de serveerster meen ik dan te zien wat op dat ogenblik mijn eigen gedachten zijn.
Het zijn geen helpende gedachten, dus maar naar bed. Weer verdwaal ik.
´s Ochtends is het fris. De straten warmen niet op door de hoogbouw.
Eerst ontbijt. Een oude man met verwarde haren en te lange baard drinkt zwarte koffie aan de bar en staart me een tijd uitdrukkingloos aan.
Op pad onder het motto:
Liever de voeten versleten
dan de blues in Albacete.

Er volgt een lange, rechte weg, door een plat landschap. Zonnig. Het wandelen doet goed.
De beschrijving in het boekje heeft steeds minder woorden nodig ("twee uur verder...").
Een afslag naar Finca Santa Catelina(in de verte een boerderij).
De Club de Aeromodelismo: een poort, een grote partytent.
Een boerderij dicht langs de weg: zes blaffende honden, tegen de schuurdeur trapt grootvader een balletje met zijn kleindochter.
Metalen pijpen in de grond, met sproeikoppen: voor de beregening.
Het Canódrome, een strook zand voor de draf- en rensport.
Dan een tunnel onder de snelweg en ik ben La Gineta, een verrassend mooi dorpje.
Het is laag, de huizen hebben allerlei kleuren, zelfs het trottoir is her en der rood. Er staat een huis met een Gaudi-achtige strook golvend mozaïek over de voorgevel.
Ik koop brood en eet op een van de bankjes die er overal staan.
Verder.
Het gaat waaien, het dreigt te gaan regenen, maar het zet niet door.
Na een afslag verandert de weg in een echte landweg, een karrenspoor met een begroeide middenberm en plassen op de grond, die door het landschap slingert en boerderijen aandoet of wat daar nog van over is. Leeuwerikken boven het groene koren.
Dan aan de horizon een strook bomen, daarboven een torenspits, als in de polder van Westbroek.
De bomen staan langs een kanaal, een betonnen bedding, die van inks naar rechts door het landschap snijdt. Nog een uur naar de kerktoren, La Roda, tegen de ondergaande zon in.
Bij binnenkomst staat er toevallig iemand van de Policia Local. Hij komt op me toe en legt een hand op mijn schouder: zoek ik misschien de herberg?
Hij praat in de mobilofoon en brengt me naar een collega die even verder het verkeer staat te regelen. Overleg met de centrale. Ik moet naar het Campo de Esportes, daar is een man die me alles zal wijzen.
Het is een groot terrein: voetbalveld, hal, tennisveld, nog meer buitenvelden.
Niemand die op me toekomt, wel een dertigtal teeners die net klaar zijn met de sportclub. Ik ben een bezienswaardigheid. Ze nemen foto´s en vragen wat ik wil.
Een beetje maf verhaal, vinden ze, een rare man die in koeterwaals-spaans op een voetbalveld een herberg voor pelgrims zoekt.
"Hoe heet u?"
"Ik heet Jos".
"Hij heet Jos!!!!!"
Er wordt druk overlegd. Ik hoor het woord tonto al. Ze besluiten dat ik weer naar de politie moet. Een zestal dapperen gaan mee. Ze brengen me naar de Guardia Civil, dat is de verkeerde politie. Opnieuw overleg. Naar de man van de Policia Local die het verkeerde regelde, dat is een goed idee.
De politieman zegt dat ik moet wachten. Het kan nog een uur duren.
Maar het duurt vijf minuten, dan is Antonio er. Ik neem hartelijk afscheid van de jeugd van La Roda.
Antonio of Antoine, zoals hij zich liever noemt, brengt me naar een ruimte onder de tribunes, een soort clubhuis voor de plaatselijke vrienden van de Camino. Een paar ruimtes die volstaan met dingen die altijd nog van pas kunnen komen. Affiches van de verschillende spaanse Camino´s aan de muur.
Er staat een paar veldbedden. Het is er stil, ik slaap erg goed.

Geen opmerkingen: