Met de Via de la Plata zijn ook de medepelgrims verschenen.
De eerste was Jurgen, een duitse man, net als ik in rode regenponcho, die ik in het open veld al van ver zag aankomen, en die langzaam maar zeker op me inliep.
We aten samen een bocadillo op een dorpsbankje.
- Waar kom je vandaan? (welke taal gaan we spreken?)
- Waar ben je begonnen?
- Heb je ook slecht weer gehad?
- Tot hoelang loop je morgen?
- Wanneer wil je aankomen?
In een hoek van het dorpsplein loopt een echtpaar even in beeld. Het zijn Sepp (72) en Gretl (69) uit Oostenrijk. Je ziet ze nu nauwelijks, maar let op, er gebeuren bijzondere dingen.
Het wordt die dag pokkenweer. Er waait een stevige koude wind, we lopen onbeschut door open veld en ´s middags begint het te hozen en dat houdt niet meer op. Water op de weg, modder, blubber. Druipende poncho, kleren daaronder worden langzaam klam en nat, koud water in de schoenen.
Een vrolijk Hello uit een hooiberg waar het echtpaar Nick (Amerikaan, met italiaanse voorouders) en Conche (spaans, uit Sevilla) een droge plek gevonden heeft.
De Albergue is in Riego del Campo, een dorp waar de stal voor het vee midden in het dorp is, schapenpoep en koeienstront op het beton van de straat.
Jurgen is er al en demonstreert hoe hij met een pas gekochte reisföhn schoenen en sokken droog krijgt.
Jacob komt uit de douche. Nederlandse man, gehandicapt door de gevolgen van een verstopping in de halsslagader, vast van plan om na de Camino Frances ook de Via de la Plata te halen.
Even wennen voor me, zoveel mensen tegelijk.
Gelukkig kan ik een kamertje voor me alleen organiseren en kan ik zo de contacten overzichtelijk houden.
Aan de snelweg ligt bar Pepe, een beetje vervallen aan de buitenkant, maar het interieur kan nog een hele tijd mee. Er kan gegeten worden, dan doen we, 7 pelgrims om half negen, we zijn de enige klanten.
De volgende ochtend ook ontbijt bij Pepe, koffie en zoete broodjes.
Jacob, die zijn rechterarm niet kan gebruiken en geen spaans spreekt, krijgt een briefje mee, waarop in het spaans gevraagd wordt hem te helpen bij het smeren van het brood.
De dochter van de waardin maakt met haar telefoon foto´s van de rugzakken. Als ze klaar is met school, wil ze ook naar Santiago. Moeder heeft haar bedenkingen.
We vertrekken, door het ontbijt min of meer als groep.
Ik loop een stuk met Jacop op. Hij is een gelovig man die op de Ruta de la Plata het bidden mist. Op de Camino Francés waren de kerken open en kwam het regelmatig voor dat mensen spontaan met elkaar in gebed gingen.
Na een paar kilometer moeten er beslissingen genomen worden: linksaf via Orense of rechtdoor via Astorga.
Het oostenrijks echtpaar beslist ter plekke dat het naar links gaat. Jacob gaat rechtdoor, hij is de enige, maar hij moet wel, de andere route is te zwaar voor hem.
Hij zegt dat hij vóór Salamanca al met een ambulance van een helling gehaald moest worden.
We zwaaien hem na, dapper in zijn eentje naar het noorden.
En zo verschijnen de mensen en verdwijnen ze weer.
De Camino, het leven zelf, net wat u zegt.
2 opmerkingen:
Nou Jos dat moet wennen zijn, al die metgezellen op je pad.
Je beschrijft het echt met een passend gevoel voor drama vind ik, je ziet Jacob ( what is in a name ) ook echt zo in de verte in de nevelen verdwijnen.
Je bevindt je nu op bekend terrein meen ik?
Veel succes en sterkte voor de nog resterende kilometers
Geert
Hoi Jos,
Hoorde dat je morgen aankomt in Santiago de Compostela.Veel succes de laatste kilometers!
Groeten Gemmie
Een reactie posten