In Mardeuil word ik opgewacht door Anne.
Het was een mooie wandeldag: langs de beboste hellingen van Rilly-la-Montagne omhoog, fraaie uitzichten over de Marnevallei, omlaag door de wijngaarden om de rivier over te steken.
Bij de Mairie staat een stevige mevrouw.
- Je m'appelle Anne.
Ik ben wat later dan afgesproken en verontschuldig me.
Op constaterende toon:
- ik ben het gewend.
Ze gaat me voor, opent de deur van een tamelijk nieuw gebouw aan het dorpsplein. Het is een ongewone combinatie van kantine met een grote keuken en kinderopvang. De keuken staat vol met glanzend stalen apparatuur en kasten. In de koelkast staan resten van de week: soep, rijst, wortelen, appelmoes, yoghurt en ik mag het allemaal hebben.
Anne geeft me geen sleutels, maar stelt een tijdklok in. Ik kan nog twee uur naar buiten en weer terug.
Ik warm soep, rijst en groente op.
Om te slapen leg ik drie speelmatten op elkaar. Ik slaap vannacht met Barbapappa tussen de kabouterstoeltjes.
's Nachts maakt de jeugd lawaai op het dorpsplein. In het rode licht van de natriumlampen ziet dat er in unheimisch uit.
's Ochtends word ik wakker van bedrijvigheid voor de deur. Er wordt een brocanterie opgebouwd.
Ik ontbijt, pak mijn rugzak en ga naar buiten. Het is gezellig druk, de sfeer van de vrijmarkt in Utrecht die ik gemist heb.
Bij een kruispunt wil ik de straatnamen controleren in mijn routeboekje. Waar is het boekje? Nee! Boekje laten liggen! En ik kan er niet meer in! En het is zondag, de Mairie is dicht! Ik loop eerst wat verdwaasd door de menigte in de hoop dat ik Anne tegen kom. Nee.
Uiteindelijk is het simpel. Op het plein bij de Mairie schenken vrijwilligers koffie en die bellen Anne. Trouwens, ze woont boven de Mairie, daar, dat open venster. Ze slaapt nog, maar ze komt zo. Even later heb ik mijn boekje weer.
In mijn simpele Frans put ik me uit in excuses.
Ze reageert niet. Haar blik zegt:
- Ik ben het gewend