24 april 2014, Reims
Een mooie manier om echt aan te komen en te onthaasten: voor het rode stoplicht staan en wachten tot het groen wordt. Links en rechts van me trekken mensen een sprintje over het zebrapad en ik wacht en kijk om me heen. Reims, daar ben ik nu, net aangekomen, hierheen geflitst met de Thalys, om de Via Campaniensis weer op te pakken. Ik heb een kamer in het Diocesaan Huis St. Sixte met uitzicht op de grote binnencourt. In de hal staat een gefiguurzaagde voorstelling van de intocht van Jezus in Jeruzalem Het is rustig. "Lentevakantie", zegt de mevrouw van de Accueil. Ze moet nu voor haar collega's waarnemen en spoort zichzelf hardop aan: "Allez... hop, hop, hop.... hop, hop, hop..."
De volgende dag ben ik nog toerist. Ik zoek en vind een Franse sim-kaart en bezoek kathedraal, basiliek en de Jacobskerk. In de basiliek is net een begrafenis afgelopen. Ik zie tussen de pilaren van het koor door hoe een kist op de schouders van zes mannen de kerk uitgedragen wordt.
Ergens op de dag passeer ik een parkeerplaats. Een auto rijdt het terrein af en daarachter is er plotseling gedoe. Een oude vrouw met boodschappentas liep achter de auto aan en kreeg de dalende slagboom op haar hoofd. Mensen om haar heen. Ze blijft overeind, wrijft met haar handen door het haar en lijkt zich vooral beschaamd te voelen.
En het Huis van het Associatieve Leven staat er echt, in de Rue de Barbâtre. Associatief leven, ik krijg er allerlei mooie... ja, associaties bij. Had ik verder maar niet in het woordenboek gekeken
Geen opmerkingen:
Een reactie posten