woensdag 14 mei 2014

Optocht

Ik sla een hoek om en loop bijna een optocht in. Twee nationale vlaggen, twee rijen van mannen en vrouwen in blauwe shirts, daarachter een groepje enkelingen en wat kinderen. Wat is er gaande? Wel, het is vandaag 8 mei, feest van het einde van de tweede wereldoorlog. Kranslegging bij het monument voor de gevallenen en nu in optocht naar het gemeentehuis. De mensen in het blauw zijn de pompiers. Bij de Mairie gaan ze links en rechts op de trap staan, de burgemeester gaat naar boven en nodigt iedereen uit om binnen met haar het glas te heffen. Ik doe het toch maar niet.
Een mooie low-profile ceremonie: in een uurtje Dodenherdenking én Bevrijdingsdag en in het gemeentehuis een borrel.
Over optocht gesproken: ik zit achter de kerk in een parkje wat te eten en zie tot mijn verbijstering zes andere pelgrims voorbijkomen. Later blijkt dat het Parijzenaars zijn,  hier in Cravant komt de route vanuit Parijs samen met die van Reims.
We treffen elkaar in de gemeenteherberg van Bessy-sur-Cure. Ieder kookt zijn eigen potje. Intussen wordt de balans opgemaakt: een paar blaren, twee gezwollen knieën, schaafwonden, rugklachten. Ik heb niets ernstigers in te brengen dan pijnlijke spieren en warm een blik linzen op, met stukken wortel en tomaat, en yoghurt toe.
De volgende dag.
Vezelay ligt op een bergtop en is al vanaf heel ver te zien. Om er te komen moet je eerst omlaag. Daar ligt het dorpje Asquins met een Jacobuskerk. Hier zouden vroeger de pelgrims zich verzameld hebben om dan samen de lange weg omhoog te beklimmen. Vlak onder de top staat een groot houten kruis, daar heeft Bernardus de oproep gedaan tot de tweede kruistocht, ongetwijfeld ook met veel vlaggen. Ik kan het zó voor me zien (dank zij de schoolplaten in het katholiek onderwijs).
De laatste paar meters gaan over de keien van een smalle straat recht op een blinde muur af. Die is van de kathedraal. Even naar rechts en ik stap het kleine plein voor de kerk op waar toeristen een ijsje eten. Ik kijk even in de voorhal en ga dan mijn slaapplek regelen.
Om zes uur zijn er vespers.
De kerk heeft geen gebrandschilderde vensters en er staat ook geen altaar met hoog retabel. Het witte licht komt van alle kanten en maakt de ruimte helder. Monniken in een witte pij, links de mannen, rechts de vrouwen, knielen op lage bankjes in het koor. Ze zingen een aantal psalmen, in het Frans, met een rustige melodielijn die steeds even zakt en dan weer hernomen wordt. Door de ramen zie ik blauwe lucht en een paar witte wolkjes

Geen opmerkingen: