Michael knijpt de honingfles leeg over zijn vijf laatste witte supermarktboterhammen en werkt alles naar binnen. Energie! Hij is een Duitse man van 22 die in Aken vertrokken is. Drie dagen geleden liep hij op me in. Hij spreekt geen Frans, ik reserveerde een paar overnachtingen en we troffen elkaar twee avonden in de herberg. We aten samen, daarna haalde hij naald en draad te voorschijn en werkte geconcentreerd aan zijn borduurwerk, een Jacobschelp.
's Ochtends heeft hij geen zin, maar het moet: in één beweging de bijna 20 kilo zware rugzak op de schouders en weg is hij!
Hij houdt een hoog gemiddelde van 30 kilometer per dag aan. Dat haal ik niet, vandaag neem ik afscheid. En ook van Johan, de Vlaamse fietser, een zware snurker - zegt hij zelf - die om ons te ontzien op de keukenvloer is gaan slapen.
De paden op, het asfalt op! want sinds Vèzelay loop ik in meer dan 95% van de tijd op asfalt.
De Voie Historique maakt gebruik van het fijnmazige net van duizenden oude kronkelweggetjes die dorpen, gehuchten, boerderijen, schuren, bruggetjes met elkaar verbinden. Ik kan me voorstellen dat ze ooit als voetpad of als karrenspoor ontstaan zijn, ergens in de vorige eeuw geasfalteerd en nu min of meer vergeten. Het echte verkeer gaat verderop, over een van de nieuwere wegen die een stuk strakker getrokken zijn. Hier rammelt af en toe een oude diesel voorbij met een aanhangwagen en elke dag komt de gele Kangoo van de post wel langs.
Dat alles in een lieflijk glooiend en groen landschap. Bijna nergens uitgestrekte vergezichten. Het is niet moeilijk wandelen. De weg daalt een beetje, stijgt een beetje, nu eens tussen weilanden, geel van de boterbloemen, dan weer tussen akkers waar het graan kniehoog staat. Huisje hier, dorpje daar, soms een onverwacht stadje waar de geschiedenis een mooie romaanse kerk, een crypte met fresco's of een ruïne heeft achtergelaten. Kilometers en dagen rijgen zich aaneen en ik begin het onderscheid te verliezen.
Maar nu ben ik in Cluis en gun mezelf na het afscheid van Michael en Johan een trage dag, met een langzame start in een bar, veel stilstaan om foto's te maken en onverantwoord lange pauzes om te eten.
In de namiddag daal ik over een rotsig pad af naar het dal van de Creuse. Aan de oever een houten huisje, op 10 meter afstand van het water, op een verder lege camping, le Moulin de Châteaubrun. Mijn plek voor de nacht.
Ik maak een restje spaghetti klaar met wortel en tomaat en kijk op de veranda hoe de zon achter de beboste heuvels op de andere oever verdwijnt.
Op het geluid van het water na is het er doodstil. 's Ochtends ontbijt ik weer op de veranda. Nog een kop koffie en nog even naar het water kijken. Om half tien rijdt er een auto voor en stappen er twee poetsvrouwen uit.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten