maandag 9 juni 2014

Bergerac

Vanaf Perigeux loop ik de variante over Bergerac, ongeveer 90 kilometer, even lang als de hoofdroute die ik in Saints Foye la Grande weer oppik.

Vanwege mijn vader die bij de post werkte, ga ik de Bar du PTT binnen waar het ijzeren silhouet van een postbesteller de voorgevel siert. De barman heeft de opgewektheid van iemand na een te korte nacht. Hij vraag meteen of ik om religieuze of persoonlijke redenen wandel. Als mijn genuanceerd antwoord wat moeilijk op gang komt om kwart voor acht 's ochtends, zegt hij dat het altijd wel een petit peu religieus is. Zelf vindt hij het in zeevissen, als je bij eb over een leeg strand onder de onmetelijke hemel achter de terugtrekkende zee aanloopt.

Ik loop een grijs en regenachtig Perigeux uit, langs de ochtendspits, omhoog door een nat bos, om een kasteel heen, over een autoweg, de onmetelijke velden in.
's Avonds heb ik een grote stacaravan op camping Orféo Négro waar een volière met tropische vogels de junglesfeer verzorgt.
De volgende middag kruist er eerst een wezel mijn pad, vlak daarna hoor ik een diep geknor en draait een wild zwijn de struiken in. Het is erg warm en ik doe het kalm aan. In een wegrestaurant eet ik een bord friet en drink veel water. Om half zeven loop ik langs de avondspits Bergerac in.

Om bij mijn slaapplek te komen moet ik eerst door de gynaecologische praktijk. Rechts is de wachtkamer, links de spreekkamer. De deur achter het bureau van de secretaresse (die er niet is, vermoed ik) geeft toegang tot de rest van het huis. Daar wonen Odette, de gynaecologe, en Jean-Claude, haar partner, coördinator van bouwprojecten. Boven zijn kamers voor de pelgrims, bijna af. De rest van het huis is in wording. Op de houten vloeren staan pakken bouwmateriaal en gereedschap. Het huis is oud en groot genoeg om een chaotische verbouwing aan te kunnen waarbij er ook nog goed geleefd kan worden. De serre is ook bijna af en 's avonds zitten we er met negenen aan tafel voor een overvloedige maaltijd, een handvol fietsende Walen, een loper die de andere kant uitgaat, het echtpaar en ik. Het is heel gezellig, al wordt mijn Frans steeds slechter naarmate het later wordt.

De dag daarna waait er een onrustige warme wind. Het pad voert me door wijnvelden met weinig schaduw en over bijzonder modderige graspaden.
Ik kom aan bij Domein Miaudoux waar ik tussen de  wijnstruiken halverwege een heuvel  een 14persoons gîte voor me alleen heb.
Het wordt vroeg donker, de wind trekt flink aan en aan de horizon flitst de bliksem. Tot over tienen hobbelt er een tractor over het veld met twee schijnwerpers op het dak, volgehangen met buizen en slangen die een dunne nevel over de struiken sproeien.

Ik droom dat ik een kaart schrijf om aan mijn vader te geven. Wakker wordend denk ik: ik moet de tekst precies onthouden, dan kijk ik daarna wel wat het betekent. De woorden herhalend zoek ik mijn tablet en tik:
- hij wist het altijd wel te vinden.
Ja, en?

Geen opmerkingen: