maandag 23 juni 2014

Bospad

John heet nu Jean. John werkte met weinig plezier bij een bank in Sidney, maar het verdiende goed, hij kon verre reizen maken. Direct na zijn pensionering schoof hij zijn Australisch leven opzij, kocht met zijn vrouw dit prachtig huis hier in Bazas en noemde zich Jean. Jean is nu 80, hij aquarelleert en maakt dagtochtjes met de wandelclub. Het echtpaar biedt een reserveopvang als de pelgrimsherberg vol is. En daarom lig ik nu laat in de middag in een comfortabel bed, kijk naar mooie aquarellen aan de muur en doezel weg bij het geluid van spelende kinderen buiten. Zometeen een aperitief.
De volgende ochtend brengt Jean me naar het begin van de route, zijn nordic-walkingstokken in de hand, want zometeen  heeft hij zijn wandelclub.
Mijn weg gaat verder over een vlak oud spoordijkje, vele kilometers lang. Tussen de struiken en bomen zie ik dat ook het land langzaam wordt gladgestreken.
Ik loop Les Landes in,  zo plat als Nederland, groene akkers, rijtje bomen aan de horizon, rulle zandpaden door naaldboombossen.
De dorpen lijken op bungalowparken: uitgestrekte, kortgeknipte gazons met een paar bomen en gelijkvloerse huizen met een maar heel licht hellend dak van rode pannen. Regelmatig staat er een hoge, verdorde boom in de voortuin, versierd met papieren bloemen en slingers, melding van geboortes en verjaardagen, maar vaker nog is het een blijk van waardering voor een gekozen functionaris ('à notre élu'). Vindt de burgemeester zo'n boom in zijn tuin, dan moet hij wel een feestje geven.
Op een van de zandpaden komt Manfred me tegemoet. Hij draagt een t-shirt met Norway er op, maar hij komt uit Hamburg. Hij liep naar Santiago, via Rome, en is nu op terugtocht naar huis. Hij is 49 en heeft een sabbatical jaar. Het was dàt of een volledige instorting, dat zag zijn chef ook wel in. Zijn gezicht gaat glanzen als hij praat over alles wat de Camino hem gebracht heeft. Hij weet zeker dat hij geleerd heeft beter voor zichzelf te zorgen, hij gaat zeker zijn smartphone vaker uitzetten. Hij praat met ernstige bezorgdheid over hoe de Camino Frances in Spanje ontspoort, hoe pelgrims daar van bar naar bar hoppen en 's middags al dronken zijn.
Ik kondig aan dat hij Peter gaat ontmoeten. Die is na mij uit de herberg vertrokken. 's Ochtends zag ik met verbazing hoe hij een paar scheppen snelfiltermaling in een kom deed, heet water er bij goot en de drab opdronk. Hij vind de smaak van Melitafilterpapier niet lekker. De Camino valt hem tegen, Frankrijk maakt hem depressief, zeg hij. Hij mist spectaculaire landschappen, maar vooral de verlaten winkels in de uitgestorven dorpen doen hem wat. Ooit waren ze iemands droom, nu zijn het waardeloze bouwvallen. Hij beseft heel goed dat hij tegen zijn eigen nachtmerries aankijkt. Hij is ook 49, pas gescheiden en hij heeft een eigen bedrijf voor traditionele grafische projecten.
Manfred en Peter ontmoeten elkaar inderdaad en praten anderhalf uur in de berm van het bospad met elkaar. Wat hielp, zegt Peter later, is dat ze beide rokers bleken te zijn.


Geen opmerkingen: