woensdag 25 juni 2014

Hotel de la Lune

- Ja, meneer, hier is het.
De kunsthandelaar zit voor de deur van zijn zaak en rookt een sigaret. In de winkel vooral regionale landschappen.
- Door de poort, de deur linksachter.
De mooie houten poort is open. Daarboven hangt een ijzeren pelgrim. Ik steek een binnenplaats over, ga linksachter een paar stenen treden op, open een deur, bestijg de stenen wenteltrap, open een tweede deur en ben in Hotel de la Lune, pelgrimsherberg in Orthez, Rue de l'Horloge.
Ik verbaas me nog steeds over de vanzelfsprekendheid waarmee ik hier nu naar binnen mag lopen en mijn rugzak tegen de muur kan zetten.
Hotel de la Lune is een oude toren. De eerste verdieping is voor de pelgrims, de rest is in allerlei stadia van restauratie.
We zijn nu met een klein groepje pelgrims dat elkaar bijna elke avond treft. Vandaag is Joan from London afgevallen, 28 kilometer was te veel voor haar. Een collectieve zucht van verlichting.
Joan is 64, spreekt vier talen en heeft het talent iedereen binnen vijf minuten tegen zich in het harnas te jagen.
Ze heeft een indringende stem en het gaat al snel over onrecht, haar aangedaan. Ze loopt langzaam, met haar rug in een hoek van 45 graden. Er ligt een flinke rugzak op, in haar rechterhand heeft ze een te korte stok en dan is er ook nog het gewicht van de plunjezak in haar linkerhand die haar omlaag trekt. Haar gezwollen benen steken in dikke wollen sokken en een grote maat bergschoen.
Wat er in de plunjezak zit, leidt tot wilde speculaties. Iemand heeft verpakkingsplastic en messen gezien, maar ze verzamelt ook veel papier voor haar reisverslag. Daar ging ze de eerste avonden aan werken, tegen pelgrimsbedtijd, zo vanaf negen uur, zonder een lamp uit te doen ... ritsel... ritsel... ritsel.
Enfin, na een paar botsingen, maar ook na gewoon wat praten tussendoor, met haar en niet alleen over haar, begon ze er een beetje bij te horen. Maar vanavond in een ander groepje  ...ritsel... ritsel... ritsel...
Het landschap is alweer aan het veranderen. De Pyreneeën komen er aan en daarmee begint het einde van de tocht voor mij in zicht te komen.
De dagen en de momenten gaan in elkaar over. Eenmaal lopend kan ik me de naam van het dorp waar ik geslapen heb, vaak al niet meer herinneren, laat staan dat van de vorige dag.
In de middaghitte loop ik langs de rivier naar Sauveterre de Béarn toe. Het laatste stuk is een steile trap langs de middeleeuwse muren omhoog. Even zoeken naar de herberg. Caminogeruchten gaan dat de beheerders 'ippies zijn. Ik laat de deurklopper vallen en ga naar binnen.

Geen opmerkingen: