zondag 1 juni 2014

Joseph

Als ik in Bénévent-l'Abbaye van de pizzeria terug kom, staat in de keuken een man in onderbroek de rest van zijn kleren te wassen. Hij is op de fiets uit Thüringen, 'im Osten' zegt hij er nog bij. Hij is pas gepensioneerd. Dit is zijn tweede buitenlandse reis, de eerste was veertig jaar geleden, een bedrijfsuitje naar Hongarije. Hij is oprecht nieuwsgierig naar de wereld waarin hij nu terecht gekomen is. Hij stelt vragen over wat iemand doet en maakt met zijn smartphone foto's van nuttige dingen die hij niet kent ("lichtgewicht thermische binnenslaapzak").
Het gaat hem niet om aanpassing, hij wil dingen weten en verder doet hij zijn eigen dingen op een eigen stellige manier. Zo had hij eigenlijk willen lopen, maar daar heeft hij de tijd niet voor. Nu heeft hij een barrel van een fiets uit de schuur gehaald, zegt hij, die zet hij 200 kilometer voor Santiago tegen een boom en dan gaat hij te voet verder. Daarom heeft hij ook geen fietstassen, hij fietst met stevige trekkingschoenen en een Deuter wandelrugzak op zijn rug. Hij laat foto' s zien van zijn familie en zijn bedrijf.
Nadat hij 's ochtends nog eens gekeken heeft hoe dat gaat, een Frans ontbijt, vertrekt hij, wandelaar op wielen.

De weg gaat door de uitgestrekte bossen van het gebergte van Ambazac met flinke stijgingen. Het regent de hele dag, steeds het gedruis van het water op de bladeren, ik houd er wel van. De modder zit tot over mijn knieën.
's Avonds, in de krappe herberg, zijn we met vijven. De elektrische kacheltjes staan op maximaal, poncho's druipen, shirts en broeken dampen, schoenen stinken.
De volgende dag begint koud, met mist en nevel opstijgend uit de dalen.
Het is weer warm als ik 's middags het park binnenloop waar het oude huis van Gay Lussac staat (hoe was die wet van hem ook al weer). Daarachter staan twee bijgebouwen, in een ervan is mijn kamer. Het geheel is nu een Diocesaan Conferentieoord, gerund door een vijftal nonnen. We eten samen aan één grote tafel, de nonnen, twee Belgische vrouwen, ook pelgrims, en ik. We worden om en om gezet zodat er geen subgroepjes kunnen ontstaan. Er ontstaat een leuk en levendig gesprek en vooral ik mag niet mopperen, er wordt flink bij me opgeschept en ingeschonken.
's Ochtends nemen we hartelijk afscheid met een drievoudige hug naar Belgisch-Nederlands gebruik. Ik verontschuldig me voor mijn stoppels, maar dat is niet erg.
- Ja, zegt een van de nonnen, we zien hier veel Maria's en maar een enkele Joseph.

1 opmerking:

Pieter zei

Leuke stukjes Jos. Vooral het gedoe met de overnachtingen en de herbergen. Je kunt natuurlijk moeilijk naar een F1 of Ibis hotel.
Ik ben heel benieuwd naar de foto's
Dit is ook een uitnodiging om je gewone emails te lezen en indien mogelijk daarop te reageren.
Groeten,
Pieter