woensdag 18 juni 2014

Muur

Op de overloop staan drie rookstoelen. De vorige bezitters hebben misschien wel de heiligenplaatjes en de devotieprentjes op het bruine behang geprikt. Sainte Foy la Grande,  Pinksterzondag, een mooie dag om in een oud-pastorie wakker te worden.
Ontbijt met twee Mexicaanse en twee Belgische vrouwen, hier heeft de pastoor nooit van durven dromen.
Dan de rugzak om en de rivier over. Daarmee loop ik de Dordogne uit en de Gironde in. Eerst een paar lange kilometers langs een weg met veel autoverkeer, dan een stijging en de wijngaarden in. Hier gaat het om Bordeauxwijnen, zo zuidelijk ben ik al.
Het is al snel warm en er is weinig schaduw.
De regionale Jacobsvereniging hier in de Gironde is een buitenbeentje tussen alle regionale verenigingen die samen de Voie Historique de Vèzelay onderhouden. Achter de schermen wordt nog steeds gestreden over wat de juiste route is, al dan niet historisch. Bovendien is hier gekozen voor een andere markering: af en toe een paaltje met een  blauwe band in plaats van gele stickers op hekken en bomen, en dat vraagt van de wandelaar om een ander soort aandacht.
Ik kom Natasha en Kim tegen, de twee Belgische vrouwen, die me meestal ver vooruit zijn, maar vandaag de greep op de wandeling verloren hebben. We lopen de laatste kilometers naar Pellegrue samen,  daar stoppen ze voor vandaag.
Met een groot bord worden pelgrims welkom geheten, maar nu lijkt het dorp totaal uitgestorven. De herberg is dicht, het restaurant waar de sleutel zou zijn ook, maar als we vermoeid even bij de deur rondhangen, komt er een vrouw uit de Salon de Coiffure die de code van het slot heeft. Ik vul mijn flessen met koud water en begin aan nog eens zes kilometer naar Saint Ferme.
Heet, heet,  heet en geen zuchtje wind. Er staan bomen, maar de schaduw valt de verkeerde kant uit. Muggetjes dansen onder de rand van mijn hoed en zijn niet weg te krijgen.
Met zes mensen was de herberg in Saint Ferme eigenlijk vol, maar de Belgische hospitalera zou het noodbed op zolder voor me klaarzetten, mits ik er bij voorbaat content mee was. Dat was ik en als ik er ben, heb ik geen reden om te klagen. Ik lig direct onder de pannen en het is er ruimer en frisser dan in de kleine kamer waar de drie stapelbedden voor de anderen staan.
Na de gemeenschappelijke maaltijd staat er ineens  iemand die de kerk kan laten zien. Ik ga mee.
De kerk  ziet er uit als een massieve burcht. Binnen is het koud. De gids heeft een sterke lamp bij zich die hij op de grijze muren achter het altaar richt en in het strijklicht kun je heel goed zien hoe er in de stenen iets gekrast is, letters, symbolen, tekens van leven van vorige generaties die hier gebouwd en geleefd hebben.
Mooie gedachten, maar ik val om van de slaap.

Geen opmerkingen: