maandag 15 december 2014

Schuld en boete in Noduwez

Terug op de Via Monastica. Ik parkeer mijn auto op het lege kerkplein van Noduwez in Walloniƫ en trek mijn wandelschoenen aan.

Ik weet nog waar de markeringen beginnen. Een smal weggetje brengt me op een plateau: donkere akkervelden tot aan de horizon, af en toe een streepje groen. De zon blijft laag en warmt nauwelijks op. Het pad is kapot gereden door tractors, tussen grote waterplassen liggen enorme bergen suikerbieten.

Plotseling is er een zwarte hond, ik struikel er bijna over. Hij besnuffelt me, draait een paar kringetjes en is weer weg, met hoge zweefsprongen over het groen.
Twee vrouwen komen omhoog uit een holle weg.
- Was-tie wel braaf? vragen ze over de hond.
Ze wonen even verderop.
Ik vertel dat ik uit Utrecht kom en van daaruit naar Santiago de Compostela in Spanje gelopen ben. Hier in de buurt heb ik vorig jaar een paar kilometers overgeslagen. Het was buitengewoon slecht weer en voor ik het besefte, zat ik ’s ochtends in een auto en liet me door de vriendelijke gastheer van de herberg naar een begaanbaar asfaltpad brengen, een paar kilometers verderop. Nu ben ik teruggekomen, ik moet van mezelf ook die kilometers nog te voet afleggen.
Het klinkt wat overdreven als ik het aan anderen vertel.

Ik ga verder, daal af door de holle weg en kom uit op een drukke baan die vlak voor het stadje Jodoigne naar links buigt. Vanaf daar gaat de Via Monastica over een oud spoorlijntje naar Namen. Links en rechts staan bomen en ingestorte trimtoestellen en het asfalt is bedekt met gele en rode bladeren. Af en toe schiet er een fietser in dezelfde kleuren langs me heen.
Vorig jaar liep ik op het einde van dit pad na 30 kilometer Namen in en hielp daar twee moslima's een zware Peugeot aan te duwen. Het karwei voelde aan als een boetedoening voor de niet gelopen kilometers.

En dan, na drie kilometer, bereik ik de kruising waar ik vorig jaar uit de auto gestapt ben.
De keten is gesloten, ik heb alle stappen tussen mijn huis en de kathedraal van Santiago zelf gezet.
Ik eet een meegebrachte boterham en er gaat niets bijzonders door me heen.

Op de terugweg naar mijn auto passeer ik een boerenbedrijf waar een tiental auto's in de berm staan. Plotseling begint het er te knallen. Achter op het erf waar de velden beginnen, staat een groepje mannen onder een afdak. Ze richten hun geweren naar de groene einder en halen de trekker over.
Paf!
Ik zie geen doelwit of schietschijf.
Zouden Belgen op suikerbieten schieten?

Nee, schieten is een serieuze zaak. Over een paar dagen wordt hier overal herdacht dat honderd jaar geleden de Grote Oorlog begon. De grootvaders van de schutters hebben vast ergens in modderige loopgraven gevochten en het overleefd, anders zouden hun nazaten er nu niet lustig op los kunnen knallen.

Ik vind het wel mooi, lekker knallen met zijn allen, saluutschoten op een late najaarsmiddag in Noduwez.

Geen opmerkingen: