Terug op de Via Monastica. Ik parkeer mijn auto op het lege kerkplein
van Noduwez in Walloniƫ en trek mijn wandelschoenen aan.
Ik weet nog waar de markeringen beginnen. Een smal weggetje brengt me op een
plateau: donkere akkervelden tot aan de horizon, af en toe een streepje groen.
De zon blijft laag en warmt nauwelijks op. Het pad is kapot gereden door tractors,
tussen grote waterplassen liggen enorme bergen suikerbieten.
Plotseling is er een zwarte hond, ik struikel er bijna over.
Hij besnuffelt me, draait een paar kringetjes en is weer weg, met hoge
zweefsprongen over het groen.
Twee vrouwen komen omhoog uit een holle weg.
- Was-tie wel braaf? vragen ze over de hond.
Ze wonen even verderop.
Ik vertel dat ik uit Utrecht kom en van daaruit naar
Santiago de Compostela in Spanje gelopen ben. Hier in de buurt heb ik vorig
jaar een paar kilometers overgeslagen. Het was buitengewoon slecht weer en voor
ik het besefte, zat ik ’s ochtends in een auto en liet me door de vriendelijke
gastheer van de herberg naar een begaanbaar asfaltpad brengen, een paar
kilometers verderop. Nu ben ik teruggekomen, ik moet van mezelf ook die
kilometers nog te voet afleggen.
Het klinkt wat overdreven als ik het aan anderen vertel.
Ik ga verder, daal af door de holle weg en kom uit op een
drukke baan die vlak voor het stadje Jodoigne naar links buigt. Vanaf daar gaat
de Via Monastica over een oud spoorlijntje naar Namen. Links en rechts staan
bomen en ingestorte trimtoestellen en het asfalt is bedekt met gele en rode
bladeren. Af en toe schiet er een fietser in dezelfde kleuren langs me heen.
Vorig jaar liep ik op het einde van dit pad na 30 kilometer
Namen in en hielp daar twee moslima's een zware Peugeot aan te duwen. Het
karwei voelde aan als een boetedoening voor de niet gelopen kilometers.
En dan, na drie kilometer, bereik ik de kruising waar ik
vorig jaar uit de auto gestapt ben.
De keten is gesloten, ik heb alle stappen tussen mijn huis
en de kathedraal van Santiago zelf gezet.
Ik eet een meegebrachte boterham en er gaat niets bijzonders
door me heen.
Op de terugweg naar mijn auto passeer
ik een boerenbedrijf waar een tiental auto's in de berm staan. Plotseling
begint het er te knallen. Achter op het erf waar de velden beginnen, staat een
groepje mannen onder een afdak. Ze richten hun geweren naar de groene einder en
halen de trekker over.
Paf!
Ik zie geen doelwit of schietschijf.
Zouden Belgen op suikerbieten schieten?
Nee, schieten is een serieuze zaak. Over een paar dagen
wordt hier overal herdacht dat honderd jaar geleden de Grote Oorlog begon. De
grootvaders van de schutters hebben vast ergens in modderige loopgraven
gevochten en het overleefd, anders zouden hun nazaten er nu niet lustig op los
kunnen knallen.
Ik vind het wel mooi, lekker knallen met zijn allen,
saluutschoten op een late najaarsmiddag in Noduwez.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten